Instantie

Publicatiejaar

Met annotatie

 

Rechtspraak SZR 2019-0016

Centrale Raad van Beroep 08-05-2019

SZR-Nummer SZR 2019-0016
Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum 08-05-2019
ECLI ECLI:NL:CRVB:2019:1597 External-link
Zaaknummer 17/4844 WW-T
Rechters H.G. Rottier , B.M. van Dun en A.I. van der Kris
Advocaten B.P.J. Tillemans en M. Toorenburgh
Wetsartikelen 24 WW; 27 WW
Download pdf
Trefwoorden bij dit artikel: WW-uitkering; passende arbeid; gehele blijvende weigering WW-uitkering

Bij weigeren passende arbeid was UWV gehouden om de vermindering van de WW-uitkering te laten plaatsvinden op basis van 24 uur en niet op basis van het volledige aantal arbeidsuren: UWV dient besluit te herstellen.

Appellant is van 18 augustus 1986 tot 1 december 2015 werkzaam als docent in dienst van de Hogeschool Utrecht. Met ingang van 1 december 2015 wordt appellant in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering gebaseerd op een gemiddeld aantal arbeidsuren van 36 per week. Begin 2016 wordt appellant benaderd voor een baan als constructeur. Appellant wijst dit werkaanbod af. Een en ander wordt op 13 juni 2016 bij UWV gemeld. Bij besluit van 19 juli 2016 weigert UWV de WW-uitkering van appellant met ingang van 1 juli 2016 blijvend en geheel, omdat hij heeft nagelaten een hem aangeboden passende baan te aanvaarden. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit zijn beide ongegrond verklaard.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Op grond van artikel 24 lid 1 aanhef en onder b WW rust op de werknemer de verplichting te voorkomen dat hij werkloos is of blijft doordat hij nalaat passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt. Dat appellant gehouden was om een concreet passend aanbod te accepteren, volgt uit de wettelijke bepalingen, en is ook onder de aandacht van appellant gebracht bij aanvang van de WW-uitkering. Het is vaste rechtspraak dat pas kan worden gesproken van schending van voornoemde verplichting als sprake is van een concreet werkaanbod. Een werkaanbod is in beginsel concreet als de werkgever met de sollicitant ten minste de aard van de werkzaamheden heeft besproken, zich de opvatting heeft gevormd dat de sollicitant voor de uitoefening van deze werkzaamheden geschikt is en kenbaar heeft gemaakt dat hij de sollicitant in dienst zou kunnen en willen nemen. Naar het oordeel van de Raad is de aan appellant aangeboden functie passend en bovendien concreet. Gelet op artikel 27 lid 2 WW was UWV derhalve gehouden om de vermindering uit het elfde lid van dat artikel te laten plaats vinden op basis van 24 uur en niet op basis van het volledige aantal arbeidsuren. Het hoger beroep slaagt daarom in zoverre, dat UWV ten onrechte op de uitkering het volledige aantal uren in mindering heeft gebracht waar dat slechts voor 24 uur mogelijk was. UWV dient dit gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Reageer


Reacties

Er zijn nog geen reacties.