Rechtspraak SZR 2019-0009

Centrale Raad van Beroep 21-02-2019

SZR-Nummer SZR 2019-0009
Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum 21-02-2019
ECLI ECLI:NL:CRVB:2019:623 External-link
Zaaknummer 17/6854 WIA
Rechters M. Greebe , B.J. van de Griend en A.T. de Kwaasteniet
Wetsartikelen 25 lid 9 WIA
Download pdf
Trefwoorden bij dit artikel: loonsanctie; re-integratie; tweede spoor

Loonsanctie ten onrechte opgelegd, nu re-integratie-activiteiten uit 2015 niet zijn beoordeeld maar slechts een geïsoleerd standpunt is ingenomen over het stopzetten van de inspanningen vlak voor de indiening van de WIA-aanvraag.

Werknemer is vanaf 1 april 2009 voor appellante werkzaam in de functie van helpende. Op 2 februari 2014 valt zij met psychische klachten voor dat werk uit. In oktober 2014 wordt in het kader van de re-integratie gestart met aangepaste werkzaamheden voor tweemaal drie uur per week, wat geleidelijk is uitgebreid tot ongeveer vijftien uur per week. Op 24 februari 2015 adviseert een arbeidsdeskundige van de arbodienst van appellante om te starten met re-integratie in het tweede spoor. Op 13 maart 2015 wordt hiermee gestart. Op 9 november 2015 vraagt werkneemster een WIA-uitkering aan. Bij besluit van 17 december 2015 legt UWV appellante een loonsanctie van 52 weken op, omdat volgens UWV de re-integratie-inspanningen van appellante onvoldoende zijn geweest en voor dat verzuim een deugdelijke grond ontbreekt. Het bezwaar en beroep tegen dit besluit zijn beide ongegrond verklaard.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. De inspanningen van appellante in het eerste spoor staan niet ter discussie. Partijen verschillen van mening of appellante is tekortgeschoten in haar re-integratieverplichtingen in het tweede spoor. Het standpunt van UWV is dat appellante re-integratiekansen voor werkneemster heeft gemist omdat de inspanningen in het tweede spoor zijn gestaakt op 1 november 2015 op basis van de conclusies van MentaalBeterWerkt. Ter beoordeling is of appellante in redelijkheid kan worden verweten dat zij zonder deugdelijke grond niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen, door na het advies van MentaalBeterWerkt de re-integratie van werkneemster in het tweede spoor te staken. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat dat niet het geval is en dat UWV dus ten onrechte aan appellante een loonsanctie heeft opgelegd. UWV heeft nagelaten de inspanningen in 2015 te beoordelen en heeft slechts een geïsoleerd standpunt ingenomen over het stopzetten van de inspanningen vlak voor de indiening van de WIA-aanvraag. Het besluit is dan ook niet deugdelijk gemotiveerd. Een en ander brengt met zich dat UWV ten onrechte een loonsanctie heeft opgelegd, zodat het hoger beroep slaagt.

Reageer


Reacties

Er zijn nog geen reacties.